De meesten van ons hebben meer dan genoeg kleding. Dit is denk ik zeker zo als je mijn e-zine leest, je interesseert je er immers echt voor! Hoe komt het dan dat we soms het gevoel hebben dat we niet genoeg hebben? En hoe komt het dat, als we thuis komen met weer een jurk of topje, dat gevoel niet weg is?
Een reden kan zijn dat je een garderobe hebt samengesteld met teveel van hetzelfde. Je hebt wel veel kleding, maar je kunt er te weinig mee variëren. Sterker nog, er zijn zelfs kledingstukken bij die je nooit draagt, omdat de juiste accessoires ontbreken. Een jurk heeft een riem nodig, maar die heb je niet, of je hebt er wel een, maar die kleurt weer niet bij je schoenen. Een blouse met een lage hals staat je prachtig, maar die hals is zo kaal. Je moet er eigenlijk een collier bij dragen, maar je hebt niets dat erbij past. Dit zijn de zogenaamde wezen in de kast: de kleren zonder familie. Als onze kast uitpuilt, doen we ze, met een spijtig gevoel, tenslotte maar weg.
De meeste mensen hebben behoefte aan verandering, aan variatie in hun kleding. Voldoende variatie kan een gunstige invloed hebben op je humeur: je bent immers in staat om steeds weer iets nieuws te creëren met wat je hebt. Maar we hoeven ons echt niet suf te kopen. Laat die jurken, broeken, topjes, rokken, overhemden, truien, jasjes en blouses de komende tijd eens wat ze zijn. Gewoon laten liggen. Want je zoekt nu iets anders: een accessoire, die de mogelijkheden van je garderobe exponentieel doet stijgen.
Dit bereiden we natuurlijk wel even voor. Hoe? Dat doen we zo:
1. Leg de wezen uit je kast – die je nog wel mooi vindt – apart. Bedenk per kledingstuk wat er aan ontbreekt. Wat heb je nodig, wil je het wel dragen?
2. Probeer te bepalen wat je nodig hebt, wil je zoveel mogelijk nieuwe combinaties kunnen maken met wat je al hebt. Meerdere wezen kunnen gebaat zijn bij een paar nieuwe schoenen, bijvoorbeeld. Een nieuw collier kan een reeks topjes, blouses en jurken opfleuren en een heel ander karakter geven. Een riem in dezelfde kleur als je schoenen biedt opeens veel meer mogelijkheden voor combinaties. En gaat die jas nog best? Fleur ‘m dan op met een nieuwe shawl, in plaats van een nieuwe jas te kopen.
3. Riemen hoeven helemaal niet van leer te zijn. Naai je zelf weleens dan maak je ze zelfs betrekkelijk eenvoudig zelf, van stof of nepleer. Je maakt ze gemakkelijk van stof door een lapje stof dubbel te naaien en twee lange koordjes aan de boven- en onderkant te zetten die je strikt als je de riem sluit. Heb je soepel en dun nepleer, dan strik je de hele riem gewoon. Ook een shawl kan soms dienst doen als riem. Ben je vrouw en heb je een smallere taille en bredere heupen, draag dan altijd riemen die rond gesneden zijn. Die respecteren je ronde vormen en buigen mee. Je herkent ze aan hun gebogen vorm, als ze hangen.
4. Voor mannen kunnen andere schoenen, brillen, stropdassen en riemen een groot verschil maken. Het is altijd mooi als riem en schoenen dezelfde kleur hebben. Draag je een bril, overweeg dan eens om een paar verschillende aan te schaffen en af te wisselen. Voor met name mannen die kalend zijn zijn brillen essentieel voor hun uiterlijk. Het kan je uitstraling helemaal veranderen en biedt je veel mogelijkheden om te variëren. Ik kom hier binnenkort op terug, want ik ben een speciaal consult aan het ontwikkelen voor mannen die kalend zijn. Je uiterlijk en uitstraling verandert immers sterk door kaalheid. Er is een aantal dingen die je kunt doen om aantrekkelijk te blijven en brillen spelen hierbij een belangrijke rol.
Tot slot een laatste tip: er is sprake van een bijzondere harmonie als je schoenen (en eventueel je riem) de kleur van je haar hebben. Ook al verf je je haar rood of honingblond; dan nog gaat het op. Weet je niet welke kleur goed voor je is? Kies de kleur van je haar.









{ 1 comment… read it below or add one }
Lieve Claudia,
Ik ben een kalende man en ik kan bevestigen dat een bril je gezicht veel meer uitstraling en karakter kan geven. Bedankt voor je advies en de tips die je me maandelijks geeft!!
Een trouwe volger uit A.